#10 De relatie tussen artrosekenmerken op röntgenfoto’s en pijn

Inhoudsopgave

Het verband tussen artrose symptomen (zoals pijn) en afwijkingen op de röntgenfoto is zwakker dan je denkt… Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dit het geval te zijn. Andere wetenschappelijke literatuur toont overtuigend aan dat in veel gevallen krachttraining bij artrose leidt tot pijnreductie, minder stijfheid en verbeteringen in fysiek functioneren. Bij knie- en heupartrose is krachttraining van de onderlichaamspieren onmisbaar voor minder pijn en stijfheid.

Waar kijkt de arts naar op de röntgenfoto?

Bij artrose kijkt een arts op een röntgenfoto vooral naar vernauwing van de gewrichtsspleet, botuitsteeksels (osteofyten), verharding van het bot onder het gewricht (sclerose) en eventuele vervorming van het bot. Dit zijn typische kenmerken van knie artrose die zichtbaar kunnen zijn op radiografie. Een röntgenfoto wordt hierbij vaak beoordeeld met de Kellgren and Lawrence-classificatie (KL-gradering), waarbij de ernst van artrose wordt ingedeeld van normaal tot ernstig. Röntgenonderzoek wordt nog steeds gezien als de standaardmethode, omdat het goedkoop is en breed beschikbaar. Vroege herkenning van deze afwijkingen kan helpen om eerder te starten met behandeling en zo de achteruitgang van knie artrose mogelijk te vertragen. Tegelijk is het belangrijk om te beseffen dat een röntgenfoto vooral structurele veranderingen laat zien, en niet altijd precies voorspelt hoeveel klachten of pijn iemand ervaart.

Waarom röntgenfoto’s vaak niet overeenkomen met artrose symptomen

Bij oudere patiënten met knieklachten wordt vaak een röntgenfoto gemaakt om te beoordelen of er sprake is van knie artrose en hoe ernstig deze is. In de praktijk wordt nog vaak gedacht dat hoe meer afwijkingen zichtbaar zijn op de röntgenfoto, hoe erger de klachten moeten zijn. Met andere woorden: er wordt aangenomen dat structurele schade direct samenhangt met artrose symptomen zoals pijn en stijfheid.

Wetenschappelijk onderzoek laat echter een ander beeld zien, de relatie tussen afwijkingen op een röntgenfoto en de daadwerkelijke klachten die iemand ervaart, blijkt vaak verrassend zwak. Dit betekent dat iemand met duidelijke slijtage op beeldvorming weinig klachten kan hebben, terwijl iemand anders met weinig zichtbare afwijkingen juist veel pijn ervaart.

Daarnaast laat andere wetenschappelijke literatuur zien dat factoren zoals spierkracht en belastbaarheid een grote rol spelen in het verminderen van klachten. Bij zowel knie artrose als heup artrose is krachttraining van de spieren rondom het gewricht essentieel om pijn en stijfheid te verminderen en het functioneren te verbeteren. Dit onderstreept dat artrose symptomen niet alleen afhankelijk zijn van wat er op een röntgenfoto te zien is.

De beperkte relatie tussen röntgenfoto’s en artrose symptomen

Wanneer onderzoekers kijken naar de relatie tussen röntgenbevindingen en klachten, zien zij een grote variatie. Sommige mensen hebben duidelijke kenmerken van knie artrose op een röntgenfoto, zoals versmalling van de gewrichtsspleet of botuitsteeksels, maar ervaren nauwelijks pijn. Aan de andere kant zijn er mensen met weinig zichtbare afwijkingen die juist veel artrose symptomen hebben.

Deze variatie laat zien dat een röntgenfoto slechts een beperkt deel van het verhaal vertelt. Het geeft informatie over de structuur van het gewricht, maar zegt weinig over hoe iemand zich voelt of functioneert in het dagelijks leven.

Voor de praktijk betekent dit dat een röntgenfoto niet altijd een goede voorspeller is van klachten. Het risico bestaat dat er te veel waarde wordt gehecht aan beeldvorming, terwijl belangrijke factoren zoals spierkracht, bewegingspatronen en belastbaarheid buiten beschouwing blijven.

Relatie radiografische artrose en symptomen zoals pijn.

Artrose symptomen zijn multifactorieel: meer dan alleen kraakbeen

Een belangrijke reden waarom röntgenfoto’s niet goed overeenkomen met artrose symptomen, is dat pijn en beperkingen door meerdere factoren worden beïnvloed. Een röntgenfoto laat alleen botten en gewrichtsstructuren zien, maar veel andere relevante factoren blijven onzichtbaar.

Denk hierbij aan:

  • Lichaamsgewicht,
  • spierkracht en spierfunctie,
  • stabiliteit van het gewricht,
  • pezen en andere weke delen,
  • ontstekingsprocessen,
  • bewegingsangst,
  • stress en andere psychosociale factoren.

Pijn kan beïnvloed worden vanuit meerdere factoren op biologisch, psychologisch en sociaal niveau..

Al deze factoren kunnen invloed hebben op hoe iemand pijn ervaart en hoe goed iemand kan bewegen. Iemand met sterke spieren en een goede belastbaarheid kan bijvoorbeeld minder klachten ervaren, zelfs als er structurele afwijkingen aanwezig zijn.

Daarnaast speelt het brein een belangrijke rol in pijnbeleving. Hoe iemand denkt over pijn en beweging kan de intensiteit van artrose symptomen versterken of juist verminderen. Dit maakt duidelijk dat artrose niet alleen een “mechanisch probleem” is, maar een complex samenspel van lichamelijke en mentale factoren.

Hoe krachttraining artrose symptomen vermindert zonder verandering op de röntgenfoto

Een van de meest interessante bevindingen uit onderzoek is dat krachttraining kan leiden tot duidelijke vermindering van artrose symptomen, zonder dat er veranderingen zichtbaar zijn op de röntgenfoto!

Bij knie artrose blijkt dat gerichte training van de quadriceps (bovenbeenspieren) leidt tot:

  • minder pijn,
  • minder stijfheid,
  • beter functioneren in dagelijkse activiteiten.

Hetzelfde geldt voor heup artrose, waarbij het versterken van de heupspieren (zoals de gluteus maximus en gluteus medius) bijdraagt aan minder klachten en meer stabiliteit.

Dit laat zien dat het lichaam zich kan aanpassen aan belasting. Door spieren sterker te maken, wordt een deel van de krachten opgevangen door de spieren in plaats van het gewricht. Hierdoor neemt de druk op het gewricht af en verminderen de klachten.

Liggende abductie oefening met elastische band. Deze oefening traint de gluteus medius (de middelgrote bilspier).

Belangrijk hierbij is dat deze verbeteringen optreden zonder dat de structuur van het gewricht zichtbaar verandert op een röntgenfoto. Dit benadrukt dat artrose symptomen sterk beïnvloed worden door functionele factoren die wel trainbaar zijn.

Wat dit betekent voor de behandeling van artrose symptomen

De beperkte relatie tussen röntgenfoto’s en klachten heeft belangrijke gevolgen voor de behandeling. Hoewel beeldvorming nuttig kan zijn om ernstige afwijkingen uit te sluiten, zou het niet de belangrijkste factor moeten zijn bij het bepalen van een behandelplan.

In plaats daarvan is het belangrijk om te kijken naar:

  • wat iemand nog wél kan,
  • hoe iemand beweegt,
  • hoe sterk de spieren zijn,
  • hoe belastbaar het lichaam is.

Voor mensen met knie artrose en heup artrose betekent dit dat een actieve aanpak vaak effectiever is dan een passieve aanpak. Krachttraining, beweging en het geleidelijk opbouwen van belasting spelen hierbij een centrale rol.

Daarnaast is het belangrijk om aandacht te besteden aan hoe iemand omgaat met pijn. Angst voor bewegen kan ervoor zorgen dat iemand minder actief wordt, wat juist leidt tot meer klachten. Door vertrouwen in beweging te vergroten, kunnen artrose symptomen vaak worden verminderd.

Waarom het belangrijk is om verder te kijken dan de röntgenfoto

In de praktijk kan een röntgenfoto soms een verkeerd beeld geven. Wanneer iemand hoort dat er “veel slijtage” zichtbaar is, kan dit leiden tot angst en onzekerheid. Mensen denken dan vaak dat bewegen schadelijk is of dat hun situatie niet meer te verbeteren is.

Dit is echter niet wat onderzoek laat zien. Zelfs bij duidelijke afwijkingen op beeldvorming is het mogelijk om klachten te verminderen en beter te functioneren. Door te focussen op beïnvloedbare factoren zoals spierkracht en beweging, kan er vaak veel winst worden behaald.

Het is daarom belangrijk om artrose symptomen niet alleen te verklaren vanuit structuur, maar vanuit het geheel van het lichaam. Dit helpt om een realistischer en hoopvoller beeld te krijgen van de mogelijkheden.

De röntgenfoto zegt niet niks..

Een röntgenfoto zegt natuurlijk wel wat over de staat van het gewricht. Dit betekent echter niet dat het gewricht niet meer belast mag worden. Integendeel: juist door gedoseerd en gecontroleerd te trainen kan de belastbaarheid stap voor stap worden verhoogd. Per persoon zal de belastbaarheid van het gewricht verschillen, omdat alle factoren die artrose symptomen veroorzaken ook per persoon weer anders zijn. Bij krachttraining verhoog je de belastbaarheid van het gewricht door geleidelijk de intensiteit, herhalingen of moeilijkheid van oefeningen op te bouwen. Tip: draai aan één knop tegelijk. Dus niet intensiteit, herhalingen en moeilijkheid van de oefeningen opeens verhogen, dan draai je aan drie knoppen. Hierdoor is de totale belasting op het gewricht opeens een heel stuk verhoogd. Dit zou juist weer voor meer artrose symptomen zoals pijn, stijfheid en zwelling kunnen zorgen.

Door krachttraining past het lichaam zich aan de belasting aan, waardoor spieren sterker worden en het gewricht beter wordt ondersteund. Belangrijk hierbij is dat de artrose symptomen goed in de gaten worden gehouden. Een lichte toename van klachten tijdens of na training is vaak acceptabel, maar de pijn moet binnen grenzen blijven (maximaal 4/10, waarbij 0 = geen pijn en 10 = maximale pijn) en binnen een dag weer afnemen. Ook is het goed idee om de zwelling van het gewricht in de gaten te houden. Door deze balans te vinden tussen belasting en herstel, kan het gewricht sterker en functioneler worden zonder overbelasting.

Conclusie: artrose symptomen worden door meer bepaald dan alleen de röntgenfoto

De relatie tussen röntgenfoto’s en artrose symptomen is beperkt en wisselend. Beeldvorming laat slechts een deel van het probleem zien en zegt weinig over de daadwerkelijke pijn en beperkingen die iemand ervaart.

Onderzoek toont aan dat factoren zoals spierkracht, belastbaarheid en bewegingsgedrag een grote invloed hebben op klachten. Het feit dat krachttraining kan leiden tot minder pijn zonder verandering op de röntgenfoto onderstreept dit.

Voor mensen met knie artrose en heup artrose betekent dit dat er vaak meer mogelijk is dan gedacht. Door te focussen op training, beweging en het verbeteren van de belastbaarheid, kunnen klachten aanzienlijk verminderen.

Kort gezegd: de röntgenfoto laat zien hoe het gewricht eruitziet, maar bepaalt niet hoe jij je voelt. Daarom is een brede benadering, waarin zowel fysieke als mentale factoren worden meegenomen, essentieel bij het begrijpen en behandelen van artrose symptomen.

Bronnen

Bedson, J., & Croft, P. R. (2008). The discordance between clinical and radiographic knee osteoarthritis. BMC musculoskeletal disorders, 9(1), 116.

Gerelateerde artikelen

Scroll naar boven