Hoe zie je artrose op een röntgenfoto? Nou de röntgenfoto zegt niet super veel. Het verband tussen artrose symptomen (zoals pijn) en afwijkingen op de röntgenfoto is zwakker dan je denkt… Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dit het geval te zijn. Verder blijkt krachttraining in veel gevallen pijn te verminderen zonder dat de afwijkingen op de röntgenfoto veranderen.
Hoe zie je artrose op een röntgenfoto?
Bij artrose kijkt een arts op een röntgenfoto vooral naar:
- vernauwing van de gewrichtsspleet (hoeveel kraakbeen je nog hebt),
- botuitsteeksels (osteofyten),
- verharding van het bot onder het gewricht (sclerose).
Dit zijn typische kenmerken van knie artrose die zichtbaar kunnen zijn op radiografie. Een röntgenfoto wordt hierbij vaak beoordeeld met de Kellgren and Lawrence-classificatie (KL-gradering), waarbij de ernst van artrose wordt ingedeeld van normaal tot ernstig. Röntgenonderzoek wordt nog steeds gezien als de standaardmethode, omdat het goedkoop is en breed beschikbaar. Vroege herkenning van deze afwijkingen kan helpen om eerder te starten met behandeling en zo de achteruitgang van knie artrose mogelijk te vertragen. Tegelijk is het belangrijk om te beseffen dat een röntgenfoto vooral structurele veranderingen laat zien, en niet altijd precies voorspelt hoeveel klachten of pijn iemand ervaart.
Andere wetenschappelijke literatuur toont overtuigend aan dat in veel gevallen krachttraining bij artrose leidt tot pijnreductie, minder stijfheid en verbeteringen in fysiek functioneren. In dit artikel krijg je de kennis die je nodig hebt om verantwoord te beginnen met trainen bij artrose.
Bij knie- en heupartrose is krachttraining van de onderlichaamspieren onmisbaar voor minder pijn en stijfheid.
Waarom röntgenfoto’s vaak niet overeenkomen met artrose symptomen
Bij oudere patiënten met knieklachten wordt vaak een röntgenfoto gemaakt om te beoordelen of er sprake is van knie artrose en hoe ernstig deze is. In de praktijk wordt nog vaak gedacht dat hoe meer afwijkingen zichtbaar zijn op de röntgenfoto, hoe erger de klachten moeten zijn. Met andere woorden: er wordt aangenomen dat structurele schade direct samenhangt met artrose symptomen zoals pijn en stijfheid.
Wetenschappelijk onderzoek laat echter een ander beeld zien. Wanneer onderzoekers kijken naar de relatie tussen röntgenbevindingen en klachten, zien zij een grote variatie. Sommige mensen hebben duidelijke kenmerken van knie artrose op een röntgenfoto, zoals versmalling van de gewrichtsspleet of botuitsteeksels, maar ervaren nauwelijks pijn. Aan de andere kant zijn er mensen met weinig zichtbare afwijkingen die juist veel artrose symptomen hebben.

Deze variatie laat zien dat een röntgenfoto slechts een beperkt deel van het verhaal vertelt. Het geeft informatie over de structuur van het gewricht, maar zegt weinig over hoe iemand zich voelt of functioneert in het dagelijks leven.
Voor de praktijk betekent dit dat een röntgenfoto niet altijd een goede voorspeller is van klachten. Het risico bestaat dat er te veel waarde wordt gehecht aan beeldvorming, terwijl belangrijke factoren zoals spierkracht, bewegingspatronen en belastbaarheid buiten beschouwing blijven.
Artrose symptomen zijn multifactorieel: meer dan alleen kraakbeen
Een belangrijke reden waarom röntgenfoto’s niet goed overeenkomen met artrose symptomen, is dat pijn en beperkingen door meerdere factoren worden beïnvloed. Een röntgenfoto laat alleen botten en gewrichtsstructuren zien, maar veel andere relevante factoren blijven onzichtbaar.
Denk hierbij aan:
- Lichaamsgewicht,
- spierkracht en spierfunctie,
- stabiliteit van het gewricht,
- pezen en andere weke delen,
- ontstekingsprocessen,
- bewegingsangst,
- stress en andere psychosociale factoren.

Al deze factoren kunnen invloed hebben op hoe iemand pijn ervaart en hoe goed iemand kan bewegen. Iemand met sterke spieren en een goede belastbaarheid kan bijvoorbeeld minder klachten ervaren, zelfs als er structurele afwijkingen aanwezig zijn.
Daarnaast speelt het brein een belangrijke rol in pijnbeleving. Hoe iemand denkt over pijn en beweging kan de intensiteit van artrose symptomen versterken of juist verminderen. Dit maakt duidelijk dat artrose niet alleen een “mechanisch probleem” is, maar een complex samenspel van lichamelijke en mentale factoren.
Hoe krachttraining pijn vermindert zonder verandering op de röntgenfoto
Een van de meest interessante bevindingen uit onderzoek is dat krachttraining kan leiden tot duidelijke vermindering van artrose symptomen, zonder dat er veranderingen zichtbaar zijn op de röntgenfoto!
Bij knie artrose en heup artrose blijkt dat gerichte krachttraining leidt tot:
- minder pijn,
- minder stijfheid,
- beter functioneren in dagelijkse activiteiten.
Dit laat zien dat het lichaam zich kan aanpassen aan belasting. Door spieren sterker te maken, wordt een deel van de krachten opgevangen door de spieren in plaats van het gewricht. Hierdoor neemt de druk op het gewricht af en verminderen de klachten.

Waarom het belangrijk is om verder te kijken dan de röntgenfoto
In de praktijk kan een röntgenfoto soms een verkeerd beeld geven. Wanneer iemand hoort dat er “veel slijtage” zichtbaar is, kan dit leiden tot angst en onzekerheid. Mensen denken dan vaak dat bewegen schadelijk is of dat hun situatie niet meer te verbeteren is. Dit zou uit kunnen monden in vermijden van beweging wat weer in relatie staat tot meer pijn.
Zelfs bij duidelijke afwijkingen op beeldvorming is het mogelijk om klachten te verminderen en beter te functioneren. Door te focussen op beïnvloedbare factoren zoals spierkracht en beweging, kan er vaak veel winst worden behaald.
De röntgenfoto zegt niet niks..
Hoe zie je artrose op een röntgenfoto? Aan de verharding van het bot, vergroeiing van het bot en de kraakbeenlaag: een röntgenfoto zegt natuurlijk wel wat over de staat van het gewricht.
Dit betekent echter niet dat het gewricht niet meer belast mag worden. Integendeel: juist door gedoseerd en gecontroleerd te trainen kan de belastbaarheid stap voor stap worden verhoogd. Per persoon zal de belastbaarheid van het gewricht verschillen, omdat alle factoren die artrose symptomen veroorzaken ook per persoon weer anders zijn. Bij krachttraining verhoog je de belastbaarheid van het gewricht door geleidelijk de intensiteit, herhalingen of moeilijkheid van oefeningen op te bouwen. Tip: draai aan één knop tegelijk. Dus niet intensiteit, herhalingen en moeilijkheid van de oefeningen opeens verhogen, dan draai je aan drie knoppen. Hierdoor is de totale belasting op het gewricht opeens een heel stuk verhoogd. Dit zou juist weer voor meer artrose symptomen zoals pijn, stijfheid en zwelling kunnen zorgen.
Een lichte toename van klachten tijdens of na training is vaak acceptabel, maar de pijn moet binnen grenzen blijven (maximaal 4/10, waarbij 0 = geen pijn en 10 = maximale pijn) en binnen een dag weer afnemen. Ook is het goed idee om de zwelling van het gewricht in de gaten te houden. Door deze balans te vinden tussen belasting en herstel, kan het gewricht sterker en functioneler worden zonder overbelasting.
Conclusie: Hoe zie je artrose op een röntgenfoto? Kijk verder dan alleen de foto
De relatie tussen röntgenfoto’s en artrose symptomen is beperkt en wisselend. Beeldvorming laat slechts een deel van het probleem zien en zegt weinig over de daadwerkelijke pijn en beperkingen die iemand ervaart.
Onderzoek toont aan dat factoren zoals spierkracht, belastbaarheid en bewegingsgedrag een grote invloed hebben op klachten. Het feit dat krachttraining kan leiden tot minder pijn zonder verandering op de röntgenfoto onderstreept dit.
Voor mensen met knie artrose en heup artrose betekent dit dat er vaak meer mogelijk is dan gedacht. Door te focussen op training, beweging en het verbeteren van de belastbaarheid, kunnen klachten aanzienlijk verminderen.
Kort gezegd: de röntgenfoto laat zien hoe het gewricht eruitziet, maar bepaalt niet hoe jij je voelt. Daarom is een brede benadering, waarin zowel fysieke als mentale factoren worden meegenomen, essentieel bij het begrijpen en behandelen van artrose symptomen.
Bronnen
Bedson, J., & Croft, P. R. (2008). The discordance between clinical and radiographic knee osteoarthritis. BMC musculoskeletal disorders, 9(1), 116.